Leesbaar Nederlands

Leesbaar?  Waarom?  Taal  Inhoud  Vormgeving  Andere vormen  Adressen

Taal

1

Woorden

  • Schrap alle overbodige woorden, maar voorkom telegramstijl.

  • Vervang alle hoogdravende, moeilijke woorden door algemeen bekende woorden.  Gebruik daarbij Van Dale's 'Woordenboek Nederlands als tweede taal' als richtlijn (Van Dale, 2003)

  • Leg de betekenis van noodzakelijke vaktermen in gewone woorden uit. 

  • Leg uit wat afkortingen betekenen.

  • Voorkom dubbelzinnige woorden, of leg de betekenis uit.

  • Gebruik zoveel mogelijk Nederlandse woorden. Zet buitenlandse woorden, namen of termen in cursief of tussen aanhalingstekens. De lezer weet dan dat het om een 'buitenlands' woord gaat. 

2

Zinnen

  • Knip lange, samengestelde zinnen in stukken en maak er afzonderlijke zinnen van. Meer dan 30 woorden per zin is teveel!

  • Zet woorden die bij elkaar horen in een zin, bij elkaar.

  • Zet bij opsommingen de woorden of omschrijvingen onder elkaar, met opsommingstekens of een nummering.

  • Maak een tekst zo persoonlijk en actief mogelijk. Gebruik namen en persoonlijke voornaamwoorden in plaats van 'men' of 'de lezer'. Schrijf niet: "Het verdient aanbeveling dat teksten leesbaar geschreven worden", maar: "Probeer altijd zó te schrijven, dat iedereen je teksten kan lezen."

  • Gebruik actieve in plaats van passieve werkwoordsvormen. Schrijf niet: "Er is door mijn toedoen een fout gemaakt", maar "Ik heb een fout gemaakt."

  • Voorkom misverstanden: zorg dat duidelijk is waar woorden als 'hij' en 'zij', 'die' en 'daar' naar verwijzen.

  • Gebruik leestekens, om de structuur van de zin aan te geven. Welke woorden horen bij elkaar?

Onleesbaar Nederlands:

'Het lijkt niet overdreven om te stellen dat een meer uitvoerige zoektocht in een dubbel zo groot potentieel aanbod zou kunnen resulteren.'

uit: Wat je niet hebt, dat mis je niet. Aanbevelingen uit een onderzoek naar internet software voor mensen met beperkingen, IRV, oktober 2004, pag. 2

Leesbaar Nederlands:

'Als we langer hadden gezocht, dan hadden we waarschijnlijk twee keer zoveer programma's gevonden. '

3

Stijl

  • Kies een schrijfstijl die aansluit bij uw doelgroep en bij het doel van uw tekst. Doelgroep = jongeren? Korte zinnen, spreektaal, zap-tekstjes. Wordt de tekst (ook) gelezen door ouderen? Kies dan voor langere zinnen, voor schrijftaal, en voor een rustiger tempo.

  • Gebruik voorbeelden, beeldspraak, spreekwoorden en metaforen die bekend zijn bij de doelgroep. Houd er rekening mee dat beeldspraak, spreekwoorden en metaforen door (sommige) lezers misschien letterlijk worden geïnterpreteerd. 

 

Bijgewerkt op: 20 april 2005
© Pragma, www.pragmaprojecten.nl 
email: info@pragmaprojecten.nl